Verhuizing weblog

Beste lezers,

 

Dit weblog wordt niet langer van nieuwe inhoud voorzien. Sinds enige tijd zijn mijn verhalen te lezen op ‘Levenslessen met een knipoog’ Hierop is ook een pagina opgenomen voor een nieuwe verhalenwedstrijd. Wil je kosteloos kans maken op een plekje in de bundel met als thema ‘Het Keerpunt’, meld je dan aan op de op die pagina geschetste wijze.

 

Greetz,

 

Theo van Rijn

13 January 2012
By on 11:41
Onuitgewiste geschiedenis

Het was een vroege zaterdagochtend en langzaam druppelden de ouders en grootouders, voornamelijk vaders en opax92s,  de kantine binnen. De voorbereiding op een nieuw voetbalseizoen was gestart en ook mijn zoon had deze dag zijn eerste oefenwedstrijd.

Terwijl ik rustig aan de koffie zat, ontspon zich aan het tafeltje naast me een levendig gesprek. Een tweetal mannen, die ik inschatte op de opa-leeftijd, hadden het over de wondere wereld van computers. Het woord gesprek doet een soort tweezijdigheid vermoeden, maar in werkelijkheid ontspon zich een monoloog. De kleinste van het duo liet zijn metgezel weten, dat hij maar weinig kaas had gegeten van de moderne techniek. Hevig gesticulerend ondersteunde hij zijn relaas en ik verwachtte dat hij elk moment zou gaan opstijgen.

Continue reading

13 August 2011
By on 16:06
De lepel

De greep in de keukenla is geen lukrake. Ik heb een lepel nodig en pak al jaren hetzelfde exemplaar. Vaak gedachteloos, maar zo niet vandaag.

Mijn vingers strelen, bijna ongemerkt, liefdevol over de inscriptie. De letters A.W.S., Aluminium-Walzwerke Singen, brengen me terug naar lang vervlogen tijden.  De lepel is een tastbare herinnering aan het dwangarbeiderschap van mijn vader. Opgepakt en afgevoerd naar het oorlogvoerende Duitsland, waar de x91eigenx92 jongens dienst deden als kanonnenvoer.

Mijn vader vertelde niet graag over die donkere periode. De enkele keer dat hij wel iets losliet, was het niet meer dan een flard. Zijn overlijden, op 23 augustus 1989, verhinderde dat de flarden uitgroeiden tot iets compleets.
 
Het verhaal van de lepel blijft nu voorgoed onverteld.

27 July 2011
By on 13:08
Aanzoek

Liggend op mijn rug bewonderde ik tersluiks haar prachtige lichaam. Nog nagloeiend van het voorafgaande, bevond ik mij in een heerlijke roes.

x93Ik zou het wel eens met een getrouwde man willen doen.x94 Met die woorden haalde ze me met een ruk terug in de werkelijkheid. Het was een lichte paniek die zich van mij meester maakte en me dwong te zeggen:

x93Zullen we trouwen, schat.x94

Haar stralende ogen en vlot uitgesproken

x93Ja, ik wil,x94 deden me beseffen dat ik met open ogen in haar zorgvuldig opgezette val was gelopen. Nooit was ik zo snel met beide benen op de grond.

Letterlijk, wel te verstaan.

 

Ik schoot mijn kleren aan, kuste haar en mompelde x93even sigaretten halen. Ben zo terug.x94

24 July 2011
By on 07:57
Kinderloos

Dat ik onvoorwaardelijk van mijn beide zoons houd, is een onbetwistbaar feit. Waar ook niet aan getwijfeld mag worden is, dat ik een volgend leven, wanneer rexefncarnatie onverhoopt toch blijkt te bestaan, absoluut geen kinderwens heb!

Met deze gedachten spelend door mijn hoofd, reed ik gisteren op de snelweg. Vervolgens woog ik de voor- en nadelen van een kloosterleven af. Tussen de nonnetjes leven, als haan in een hennenhok! Er zijn slechtere vooruitzichten. Even bracht ik mezelf aan het schrikken bij visioenen van een gescheurd condoom.

Twee minuten later passeerde ik een vrachtwagen met de tekst: x91Baby dumpx92. In gedachten noteerde ik het bijbehorende telefoonnummer en met een luid uitgeschreeuwd x91eurekax92 telde ik de ongekende mogelijkheden op mijn vingers na.

 

120 woorden is zelfs genoeg om je ergste angstdroom te beschrijven.

11 June 2011
By on 06:44
Lelijk

Jaren geleden, toen Turkije nog maar net door toeristen was ontdekt, ging ik met een viertal vrienden op vakantie naar Alanya. Het appartement was er een met uitzicht op zee. De keurig ingerichte keuken namen we op de huur toe, want niemand was van plan om te gaan koken. Zon, zee en lekkere wijven, daar gingen we voor en eten zouden we in een van de talloze restaurantjes..

Al snel sloten we vriendschap met een paar Turkse jongens. Een van hen reageerde enthousiast op Ronnie. Wijzend naar hem, riep hij met een brede grijns: x93Lelijk! Lelijk!x94 Het is een feit dat moeder natuur chagrijnig moet zijn geweest toen ze mijn maatje van zijn gelaatstrekken voorzag. Hij is getooid met een aardappelneus en flaporen, is overgoten met sproeten en heeft, als klap op de vuurpijl, piekerig rood haar. Doordat hij enig kind is, heeft hij dan weer wel het geluk moeders mooiste te zijn.

We bleven de daaropvolgende dagen met dezelfde jongens optrekken. Bij elke hernieuwde ontmoeting werd Ronnie weer met een ongeveinsd enthousiasme voor lelijk uitgemaakt. Mijn vriend werd met de dag stiller en na een paar dagen stelde hij voor om naar andere vakantievrienden uit te gaan zien. Omdat ik me wel vermaakte met onze nieuwbakken Turkse vrienden, besloot ik een bemiddelingspoging te doen. In mijn beste Engels vroeg ik Mehmed waarom hij het nodig vond om Ronnie elke keer voor lelijk uit te maken. Hij keek me niet begrijpend aan en daarom deed ik hem zachtjes voor waar ik op doelde. Ik wees in de richting van mijn vriend, speelde enthousiasme en fluisterde: x93Lelijk! Lelijk!x94

Even bleef het stil en toen schaterde de Turk het uit. Hij liep op Ronnie toe en pakte diens kettinkje vast. Met de wijsvinger van zijn andere hand wees hij op de daaraan bungelende ooievaar en riep opnieuw: x93Lelijk! Lelijk!x94 Ik legde hem uit dat dit het symbool van Den Haag en de plaatselijke voetbalclub ADO was en dat ik het, als verstokt fan van Feyenoord, ook ronduit afstotelijk vond. Toen Ronnie in de gaten kreeg dat niet hij maar zijn ooievaar steeds onderwerp van de kortstondige scheldpartij was, brak er een scheve glimlach door op zijn gezicht. Hij was op slag weer vrolijk en had praatjes voor tien.

Die avond heb ik, na terugkeer in het appartement, voor de zekerheid mijn meegebrachte Turks x96 Nederlandse woordenboek geraadpleegd. Lelijk bleek slechts Nederlands te klinken, want na enig zoeken vond ik: x91leylek ~ ooievaarx92.

Ik heb het Ronnie maanden later pas verteld.

2 June 2011
By on 16:42
Aquarius

Zijn doelbewuste tred dwong mijn onverdeelde aandacht af. Zoals hij voor me uitliep op het grindpad, leek hij me iemand met een missie. Terwijl het pad naar links afboog, liep hij rechtdoor naar het kanaal. Zonder vaart te minderen stapte hij resoluut het water in en ging al snel kopje onder.

Onthutst toetste ik op mijn mobiel 112 in. Nog voordat het contact tot stand gekomen was, zag ik zijn kruin weer boven water komen. Twee tellen later gevolgd door hoofd en schouders. Het volgende moment stond hij, nog nadruppelend, aan de overkant op de wal.

Heel even keek de amfibieman me grijnzend aan, salueerde toen met twee vingers aan de rechterkant van zijn hoofd en vervolgde zijn vastberaden weg.

 

120w, wanneer 120 woorden voldoende zijn om te vertellen wat je kwijt wilt.

29 May 2011
By on 11:14
Itxb4s my party and I cry if I want to! (toneelrecensie)

Stanley is de enige gast in het pension van Meg en Pete. Hij mijdt angstvallig ieder contact met de buitenwereld, maar onverwacht dienen zich twee vreemdelingen aan die zich hevig voor Stanley interesseren. Ze helpen Meg zelfs bij de voorbereidingen voor zijn verjaardagsfeest. Dat wordt uiteindelijk een duister ritueel dat erop gericht is om hem te vernietigen. Een individu dat tot willoos object is gedegradeerd zodat de Organisatie naar believen over hem kan beschikken. Susanne Kennedy, die eerder Emilia Galotti regisseerde, neemt bij het Nationale Toneel Het Verjaardagsfeest van Harold Pinter onder handen: x91Terreur. Het instabiele van de identiteit. Je denkt te weten wie je bent en waar je vandaan komt maar dat wordt aan het wankelen gebracht.x92

Lees >HIER< verder…

26 May 2011
By on 14:37
It´s my party and I cry if I want to! (toneelrecensie)

Stanley is de enige gast in het pension van Meg en Pete. Hij mijdt angstvallig ieder contact met de buitenwereld, maar onverwacht dienen zich twee vreemdelingen aan die zich hevig voor Stanley interesseren. Ze helpen Meg zelfs bij de voorbereidingen voor zijn verjaardagsfeest. Dat wordt uiteindelijk een duister ritueel dat erop gericht is om hem te vernietigen. Een individu dat tot willoos object is gedegradeerd zodat de Organisatie naar believen over hem kan beschikken. Susanne Kennedy, die eerder Emilia Galotti regisseerde, neemt bij het Nationale Toneel Het Verjaardagsfeest van Harold Pinter onder handen: ‘Terreur. Het instabiele van de identiteit. Je denkt te weten wie je bent en waar je vandaan komt maar dat wordt aan het wankelen gebracht.’

Lees >HIER< verder…


By on 14:37
De lifter

Bij het opstaan zonk de hoop op mooi weer me gelijk in mijn sloffen. Door het glas van de schuifpui gloorde een mistroostige en natte wereld, terwijl de aanvoer van hemelwater gestaag doorging. Een korte teleurstelling maakte al snel plaats voor berusting en waarom ook niet. Vandaag zou toch een kantoordag worden en de vooruitzichten voor het vrije weekend leken bepaald niet ongunstig.

Het afwerken van mijn ochtendrituelen nam de gebruikelijke tijd in beslag. Een haastige laatste slok van mijn koffie later, haastte ik me de deur uit. Op de automatische piloot draaide ik de vertrouwde route naar de snelweg af. Bij de oprit van de A12 stond een man te liften. In een opwelling stopte ik en opende de deur uitnodigend. De lifter knikte dankbaar, gooide een tas op de achterbank en stapte in.

“Waarheen leidt de weg?” Ik stelde de vraag die Mieke Telkamp voor mij nooit heeft weten te beantwoorden nadat hij op de bijrijderstoel had plaatsgenomen.

“Dezelfde plaats als waar jij naartoe gaat,” antwoordde hij tot mijn niet geringe verbazing. Hij kon natuurlijk nooit weten waarheen mijn weg zou gaan leiden. Toch deed ik er het zwijgen toe. Het maakte mij immers niet uit, want omrijden hoefde in elk geval niet. Ik trok op en voegde me soepel tussen het verkeer op de rechterbaan, om even later helemaal links te zijn aangeland.

Binnen twee minuten drong de geur van oud zweet vermengd met wat andere, door mij niet thuis te brengen, penetrante luchtjes zich onweerstaanbaar aan mijn reukorgaan op. Hier was duidelijk iemand die behoefte aan een wasbeurt had en ik was het niet. Omdat ik het gênant vond hem er op aan te spreken, besloot ik kwaad met kwaad te bestrijden. Ik pakte een van de voorgedraaide sjekkies van het dashboard en stak er de vlam in. Al snel kringelden er grote rookwolken schuin omhoog vanuit mijn mond in mijn neusgaten. De stank maakte daarmee plaats voor de, voor mij aangename, geur van Zware van Nelle.

Mijn aanvankelijke hoop op en pogingen tot een onderhoudend gesprek werden door mijn nieuwbakken reisgezel zonder meer genegeerd. Hij bleek duidelijk geen spraakzaam type en ik staakte de eenzijdige conversatie dan ook snel en stak voor de verandering maar weer eens een sjekkie op. Toen ik een cd opzette, begon hij op de maat van de muziek ritmisch mee te bewegen. Wijs geworden door zijn hardnekkige zwijgzaamheid, onderdrukte ik de vraag of hij er van genoot.

Met een gevoel van opluchting bereikte ik de afrit en draaide even later het parkeerterrein van ‘mijn bedrijf’ op. Eenmaal geparkeerd, bleek mijn passagier geen enkele aanstalten te maken om uit te stappen. Toen ik hem er naar vroeg, antwoordde hij dat hij de regen een beetje zat was en dat hij zou wachten op mijn terugkeer om dan samen weer richting Voorburg te rijden. “Want ja, daar hoor ik eigenlijk thuis. Daar ben ik daklozer dan verderop in het land.”

Aan het eind van de middag trof ik mijn autogenoot slapend aan. Ik constateerde dat hij zelfs zijn gordel nog om had en besloot hem niet te storen. Nergens voor nodig ook, want op een goed gesprek hoefde ik niet te rekenen. De stille terugtocht gaf mij de gelegenheid om mijn gedachten nog eens rustig over de voorbije dag te laten gaan. In een kleine drie kwartier belandde ik weer op de plek waar ik hem die ochtend had opgepikt. Ik stopte en schudde hem wakker.

“Je bent weer…” Hier aarzelde ik even, want wat zeg je tegen een dakloze wanneer je hem op straat af zet. “thuis,” maakte ik mijn zin alsnog af.

Op zijn vraag of hij morgen weer mee kon rijden, wilde ik bijna antwoorden dat ik dan een andere bestemming zou hebben. Net op tijd realiseerde ik me, dat hem dat niets uit zou maken. Ik loog dapper dat ik een vrije dag genomen had. Met een straatwijsheid die alleen daklozen bezitten, grinnikte hij en sprak:

“Mooie smoes, maar maakt niet uit. Morgen wordt het beter weer en dan zal ik me wel redden.” Terwijl hij uitstapte, liet hij er nog op volgen: “In elk geval bedankt voor vandaag.”

In mijn binnenspiegel zag ik hem nog uitbundig zwaaien. Om de gecombineerde stank van de man en mijn zware shag te verdrijven, zette ik de raampjes tegen elkaar open en reed naar huis.

17 May 2011
By on 17:04