Bij het opstaan zonk de hoop op mooi weer me gelijk in mijn sloffen. Door het glas van de schuifpui gloorde een mistroostige en natte wereld, terwijl de aanvoer van hemelwater gestaag doorging. Een korte teleurstelling maakte al snel plaats voor berusting en waarom ook niet. Vandaag zou toch een kantoordag worden en de vooruitzichten voor het vrije weekend leken bepaald niet ongunstig.
Het afwerken van mijn ochtendrituelen nam de gebruikelijke tijd in beslag. Een haastige laatste slok van mijn koffie later, haastte ik me de deur uit. Op de automatische piloot draaide ik de vertrouwde route naar de snelweg af. Bij de oprit van de A12 stond een man te liften. In een opwelling stopte ik en opende de deur uitnodigend. De lifter knikte dankbaar, gooide een tas op de achterbank en stapte in.
“Waarheen leidt de weg?†Ik stelde de vraag die Mieke Telkamp voor mij nooit heeft weten te beantwoorden nadat hij op de bijrijderstoel had plaatsgenomen.
“Dezelfde plaats als waar jij naartoe gaat,†antwoordde hij tot mijn niet geringe verbazing. Hij kon natuurlijk nooit weten waarheen mijn weg zou gaan leiden. Toch deed ik er het zwijgen toe. Het maakte mij immers niet uit, want omrijden hoefde in elk geval niet. Ik trok op en voegde me soepel tussen het verkeer op de rechterbaan, om even later helemaal links te zijn aangeland.
Binnen twee minuten drong de geur van oud zweet vermengd met wat andere, door mij niet thuis te brengen, penetrante luchtjes zich onweerstaanbaar aan mijn reukorgaan op. Hier was duidelijk iemand die behoefte aan een wasbeurt had en ik was het niet. Omdat ik het gênant vond hem er op aan te spreken, besloot ik kwaad met kwaad te bestrijden. Ik pakte een van de voorgedraaide sjekkies van het dashboard en stak er de vlam in. Al snel kringelden er grote rookwolken schuin omhoog vanuit mijn mond in mijn neusgaten. De stank maakte daarmee plaats voor de, voor mij aangename, geur van Zware van Nelle.
Mijn aanvankelijke hoop op en pogingen tot een onderhoudend gesprek werden door mijn nieuwbakken reisgezel zonder meer genegeerd. Hij bleek duidelijk geen spraakzaam type en ik staakte de eenzijdige conversatie dan ook snel en stak voor de verandering maar weer eens een sjekkie op. Toen ik een cd opzette, begon hij op de maat van de muziek ritmisch mee te bewegen. Wijs geworden door zijn hardnekkige zwijgzaamheid, onderdrukte ik de vraag of hij er van genoot.
Met een gevoel van opluchting bereikte ik de afrit en draaide even later het parkeerterrein van ‘mijn bedrijf’ op. Eenmaal geparkeerd, bleek mijn passagier geen enkele aanstalten te maken om uit te stappen. Toen ik hem er naar vroeg, antwoordde hij dat hij de regen een beetje zat was en dat hij zou wachten op mijn terugkeer om dan samen weer richting Voorburg te rijden. “Want ja, daar hoor ik eigenlijk thuis. Daar ben ik daklozer dan verderop in het land.â€
Aan het eind van de middag trof ik mijn autogenoot slapend aan. Ik constateerde dat hij zelfs zijn gordel nog om had en besloot hem niet te storen. Nergens voor nodig ook, want op een goed gesprek hoefde ik niet te rekenen. De stille terugtocht gaf mij de gelegenheid om mijn gedachten nog eens rustig over de voorbije dag te laten gaan. In een kleine drie kwartier belandde ik weer op de plek waar ik hem die ochtend had opgepikt. Ik stopte en schudde hem wakker.
“Je bent weer…†Hier aarzelde ik even, want wat zeg je tegen een dakloze wanneer je hem op straat af zet. “thuis,†maakte ik mijn zin alsnog af.
Op zijn vraag of hij morgen weer mee kon rijden, wilde ik bijna antwoorden dat ik dan een andere bestemming zou hebben. Net op tijd realiseerde ik me, dat hem dat niets uit zou maken. Ik loog dapper dat ik een vrije dag genomen had. Met een straatwijsheid die alleen daklozen bezitten, grinnikte hij en sprak:
“Mooie smoes, maar maakt niet uit. Morgen wordt het beter weer en dan zal ik me wel redden.†Terwijl hij uitstapte, liet hij er nog op volgen: “In elk geval bedankt voor vandaag.â€
In mijn binnenspiegel zag ik hem nog uitbundig zwaaien. Om de gecombineerde stank van de man en mijn zware shag te verdrijven, zette ik de raampjes tegen elkaar open en reed naar huis.